Zoeken

Zjubelee

Bijgewerkt op: 24 sep.

Dit jaar vierden we onze tiende zomer op Kreta. Daar zouden we vroeger hartelijk om gelachen hebben. Tien jaar achter elkaar naar hetzelfde plekje? Zot. Maar toch zullen we ook volgende zomer teruggaan. Omdat het zo gegroeid is. Omdat we niet anders willen. Omdat we de lachende ogen van Nikos van de supermarkt willen terugzien. Of omdat we zeker willen weten hoe het met Knoepie de kat is gesteld – leeft ze nog?


Vroeger waren we nog kleine ontdekkingsreizigers. Elk jaar een andere bestemming. Slapen op lekkende luchtmatrassen (want in de winter zoefden de kinderen er stiekem mee van de trap), kampingboekjes uitkammen naar de beste plekjes (om te ontdekken dat ter plekke vragen nog de meest efficiënte methode is), huisjes huren met of zonder water in de buurt (maar steeds met uitzicht), lokale talen spreken (om gerechten te bestellen), het lokale gif drinken (om aan de toog te eindigen), de lokale bezienswaardigheden afvinken (hoe vreemder hoe liever). Geen bocht te bochtig, geen dal te diep of berg te hoog. We waren, kortom, kinderen van onze tijd. Spanje, Italië, Frankrijk. Gaan!


Maar toen was er dus opeens Kreta. Een huisje, wat zee in de buurt, een instapplek met lage drempel en dank aan onze ouders. De eerste avond, bij aankomst, gebeurde het al: liefde. Wat een plek, wat een mensen, en potverdorie heb je gezien hoe lang hij olijfolie op de sla deed? Het zou ons niet meer loslaten. Kreta, dat is thuiskomen. Sleutel op de deur, meubels buiten, en start. ‘Hebben we iets nodig voor het eten? Ik doe nog eerst een plonske.’ Zonnebril op, boek omhoog, koffietje. En straks doen we misschien iets.


Iets? De to do’s zijn na tien jaar wat gekrompen. De eerste jaren vinkten we de highlights af. We deden de steden in de buurt, de Venetiaanse forten, de grote musea, een grot en een kloof of twee. Daarna was het de beurt aan kleinere musea: de vermeende geboorteplek van El Greco, een lokaal olijfoliemuseum en kijk daar, een kerkje. Nog een jaar later deden we ‘baaitjes’: wat schuilt er achter de volgende zeebocht? ‘Maar vent, dat zijn er veel.’ En vorig jaar hanteerden we google maps. Een herinneringsplek voor de tweede wereldoorlog hier in het dorp? Nog nooit gezien.


Vreemd genoeg stoort dat wegvallen van nieuwe to do’s niet. Omdat teruggaan ook opnieuw doen is. Nog eens gaan kijken. Herinneringen ophalen. Associëren. ‘Zullen we straks nog eens voor die fantastische zeevruchtenpasta bij Ladakis gaan? Of is het een dag voor vlees en trekken we de bergen in? Weet je nog die plek waar je niets zelf kon kiezen tenzij de drank?’ Dingen al eens gedaan hebben is ook ruimte. Plots is er plaats voor verveling, zoals in je kindertijd. Kijken naar je tenen of een voorbijtrekkend insect (Is dat een bidsprinkhaan?), voelen wat het weer doet (een windje!), horen hoe de zee ver weg bruist en de cicaden toch weer erg luid zijn dit jaar (was dat nu een pauw?).


Teruggaan is noodgedwongen ook verdiepen. Je leert nieuwe dingen kennen, verbindt zaken aan elkaar, leert langzaamaan de mensen verstaan in woorden en gebaren. Soms betekent het ook terugkeren, nog eens gaan kijken in dat grote museum of naar die kloof waar de Britten doortrokken. Of zaken doen die je eerst links liet liggen. Geleidelijk aan betekent teruggaan zelfs tips op maat kunnen geven aan mensen die dat stukje Kreta passeren. ‘Die plek zal P. wel tof vinden. Daar moeten we F. echt naartoe sturen.’ En het plezier als het dan ook echt gesmaakt wordt.


Teruggaan is tenslotte gek genoeg ook je eigen beperkte blik leren kennen. Hoe een mens naar de wereld kijkt bepaalt ook wat hij ziet. Zo ontdekten we pas na drie jaar dat er een bakker in het dorp was. Daar hebben we hard om gelachen. Of merken we plots op dat de buggy’s in Griekenland vaak ook een koffiehouder hebben, net als de auto’s. En bedenken we dat lijntechnologie en ribbelstroken in dit land van pechstrookrijders zinloos is. Het strafste voorbeeld van zo’n beperkte blik kwam dit jaar. Knoepie de kat, van wie we de echte naam niet kennen waardoor we haar maar ‘mug’ in het Grieks hebben genoemd (kounoupi), blijkt na tien jaar geen kattin te zijn maar een kater met een piemeltje! Behoudens een sekse-wissel betekent dat ook een noodzakelijke fundamentele herziening van onze Griekse kattenkennis, om nog maar te zwijgen van de moeite die we zullen hebben om haar voortaan hem te noemen. Op naar volgend jaar!



224 weergaven2 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven